Extra onderzoek toont aan: Projectbureau RegioTram hanteert juiste broncijfers

by

Op dinsdag 17 april 2012 publiceerde B&W de uitkomst van het onderzoek naar de briefwisseling tussen het college B&W en Stadjer Arthur Kamminga, dat werd aangekondigd na de commissievergadering Beheer en Verkeer van 21 maart. Inzet was de controle op de broncijfers en of die nog wel kloppen. De uitkomst van dit onderzoek is niet bepaald verrassend: de broncijfers van het projectbureau RegioTram zijn juist en actueel. Aan de cijfers van Kamminga mankeert echter het een en ander.

De raadscommissie Beheer en Verkeer vroeg om dit extra onderzoek, om voor eens en voor altijd duidelijk te maken of de broncijfers wel kloppen. Na een aanvankelijke weigering stemde de wethouder Karin Dekker toch in. Het onafhankelijke adviesbureau Inno-V werd verzocht om dit onderzoek uit te voeren en kwam tot een aantal conclusies die geen spaan heel lieten van Kamminga’s uitgangspunten.

Het rapport meldt dat het Projectbureau een zeer conservatieve raming hanteert  als het om reizigersaantallen en -opbrengsten gaat. De geraamde kosten zijn volgens het onderzoeksbureau correct. Kamminga, daarentegen, hanteert een aantal onbruikbare en nogal verouderde cijfers en zit ook nog eens te hoog met de tramkosten en te laag met de buskosten.

Nu was de uitkomst van het rapport wel te verwachten. De door het Projectbureau RegioTram gehanteerde en door externe en ervaren bedrijven aangeleverde broncijfers waren al twee keer onder ogen gekomen van onafhankelijke adviesbureaus: Goudappel Coffeng en Renzema Advies. Daartegenover doet Arthur Kamminga het alleen en heeft hij zich al eerder vergaloppeerd  in feiten en cijfers. Wij hebben hem in discussies al vaker verweten dat hij de cijfers te vaak ombuigt om bij zijn standpunten te passen. Dat is vorig jaar al aangetoond bij de nacalculatie van Plan B en dat blijkt ook nu weer het geval.

De impact van dit rapport op de gemeenteraad lijkt makkelijk voorspelbaar, maar toch is dat nog maar de vraag. De partijen die vóór de tram zijn, zullen sowieso gesterkt worden in hun standpunten. Wat de partijen die tégen de tram zijn gaan doen, is niet helemaal duidelijk. Je zou verwachten dat de rapportage de laatste twijfels zou wegnemen, maar vooral de Stadspartij, die zichzelf als anti-trampartij manifesteert, zal waarschijnlijk niet willen draaien. Het onderzoek was echter niet voor de voor- of tegenpartijen bedoeld, maar voor de gehele raad – inclusief de “twijfelende” partijen als het CDA, de Christenunie en D’66. En die zullen waarschijnlijk genoegen nemen met deze second opinion, zeker omdat het onderzoek is uitgevoerd door een externe partij en omdat de conclusies vergelijkbaar zijn met die van de eerdere onderzoeksbureaus. Daarmee heeft Karin Dekker feitelijk een belangrijke slag ‘om het middenveld’ gewonnen.

De raadscommissie Beheer en Verkeer zal woensdag 18 april opnieuw vergaderen over de regiotram.

Advertenties