De Koppelingsvariant nader bekeken

by

Bij de presentatie van het voorkeursrtracé voor Lijn 2 en het Voorlopig Ontwerp van Lijn 1 kwam een interessante nieuwe variant naar voren; de Koppelingsvariant. Deze variant is naar voren gebracht door de Bewonersorganisatie Beijum (BOB), die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om in te spreken op de plannen.

In de afbeelding hierboven hebben wij de tracés van de lijnen 1 en 2 weergegeven volgens de oorspronkelijke plannen en volgens de Koppelingsvariant. In de Koppelingsvariant bestaan er niet 2 bijna opzichzelfstaande tramlijnen, maar ontstaat als het ware een klein netwerkje. De lijnen 1 en 2 kruisen elkaar in de buurt van de Bloemsingel waardoor nieuwe, betere en snellere reismogelijkheden ontstaan.

Gevolgen voor de lijnen 1 en 2
Opvallend aan de deze variant is dat Lijn 1 (Zernike-Hoofdstation) niet meer via de Grote Markt rijdt, maar langs het UMCG. De rit wordt daardoor weliswaar zo’n 700 meter langer – maar waarschijnlijk toch sneller. Op het tracé langs het UMCG kan de tram namelijk een keer zo snel rijden dan op het lange tracé over de Grote Markt en de Oosterstraat. De iets langere route levert daarom geen langere reisduur op.

Een ander gevolg van de Koppelingsvariant is dat reizigers vanaf Kardinge (bewoners uit Beijum en Lewenborg, maar ook reizigers uit de regio die naar Kardinge reizen) een directe verbinding met de Grote Markt houden. Bovendien kunnen zij met een eenvoudige overstap de tram nemen naar Zernike of de hoofdingang van het UMCG.

Daarentegen verliezen bewoners uit de noordelijke Stadswijken een directe verbinding met de Grote Markt. Zij kunnen de Grote Markt alleen nog per tram bereiken met een overstap. Enige troost is misschien dat deze bewoners wel een rechtstreekse verbinding krijgen met het UMCG. Ook vanuit het noorden van de provincie is het UMCG straks beter bereikbaar. Wie met de trein aankomt op het Noorderstation kan immers daar overstappen op de tram.

Voordelen van de Koppelingsvariant
Het lijkt dat de Koppelingsvariant door veel betrokkenen met veel enthousiasme wordt omarmd. Niet voor niets is deze variant al aan een eerste onderzoek onderworpen door het projectburo Regiotram. Uit dat onderzoek blijkt dat de Koppelingsvariant extra reizigers oplevert, wat gunstig is voor de exploitatie van de tram. Zelfs zo gunstig, dat hierdoor een benodigd extra tramstel kan worden betaald. Dure en omvangrijke ingrepen aan de Maagdenbrug en Turfsingel zijn niet nodig en de woonschepen kunnen blijven liggen. Bovendien kunnen trams bij deze variant omrijden, als de binnenstad door een evenement of incident is afgesloten voor de tram. Ook biedt deze variant mogelijkheden om tramlijnen te differentiëren. Zowel vanaf Zernike als vanaf Kardinge zou de helft van de trams via de Grote Markt kunnen rijden, terwijl de andere trams via het UMCG naar het Hoofdstation rijden.

Maar ook nadelen…
Toch kent de Koppelingsvariant niet alleen voordelen. Hierboven werd al gewezen op het verdwijnen van de directe verbinding tussen Zernike, de noordelijke wijken en de Grote Markt. Daarnaast zal een keuze voor deze variant waarschijnlijk leiden tot enkele maanden vertraging omdat een extra inspraakronde nodig is. Ook is nog niet duidelijk hoe en waar de tramlijn over het CiBoGa-terrein kan worden aangelegd. Daarbij speelt vooral de vragen of de tram over de parkeergarage kan rijden, en of de ingang van de garage niet wordt geblokkeerd. Verder kan de exploitatie van het CiBoGa-terrein nadelig worden beïnvloed als hier minder woningen kunnen worden gebouwd. Ten slotte moet worden onderzocht of de halte Boterdiep-Steenmarkt wel kan blijven bestaan omdat deze dicht bij de haltes Boterdiep-noord en UMCG-noord ligt.

Conclusie
Of de Koppelingsvariant daadwerkelijk kan worden uitgevoerd staat nog niet vast. Het projectburo doet nader onderzoek naar de voor- en nadelen van deze variant. Zo op het eerste gezicht lijkt het er op dat de voordelen van deze variant aanzienlijk groter zijn dan de nadelen (zie hier, PDF). Mocht de politiek kiezen voor de Koppelingsvariant, of een afgeleide daarvan, dan lijkt ons dat een verstandige keuze. Wij zijn in ieder geval heel enthousiast over de Koppelingsvariant.

Inspraak loont!
Ten slotte willen wij, in het verlengde van de Koppelingsvariant, nog wat kwijt over de procedurele kant van de tramplannen. De Regiotram is een project dat veel gevolgen heeft voor Groningen en Groningers. Daarom is het belangrijk dat inwoners, ondernemers, instellingen, en bewoners aan de tracés nauw bij de plannen worden betrokken. Dat is niet alleen nodig om steun te krijgen voor de plannen, maar biedt ook de gelegenheid om te luisteren naar wat er leeft en om verbetervoorstellen in ontvangst te nemen.

Bij sommige burgers leeft de indruk dat alles al is beslist, dat inspreken “toch geen zin” heeft, en dat bestuurders niet naar de burger luisteren. De Koppelingsvariant toont echter het tegendeel aan. Doordat het Tramburo veel overlegt en Groningers inspraak hebben op de plannen is deze variant naar boven gekomen. Een ander voorbeeld van ‘luisteren naar’ is dat vrijwel de hele Oosterstraat strengelspoor krijgt, en geen dubbelspoor. Verder krijgt de trambaan op de Zonnelaan meer oversteekmogelijkheden dan eerst was voorzien (weliswaar alleen voor fietsers en voetgangers) en komen er dichtbij de Kastanjelaan extra parkeerplaatsen aan de Moesstraat. Helaas kan niet met alle wensen rekening worden gehouden, maar inspraak heeft zeker zin. Het is een goede zaak dat iedereen de mogelijkheid krijgt om mee te denken en mee te werken aan de beste inpassing van de tram in Groningen!

Advertenties

Tags: , , , ,

3 Reacties to “De Koppelingsvariant nader bekeken”

  1. Teus Says:

    Koppelen lijkt mij zowieso een goed idee, helemaal met incidentele omleidingen in het achterhoofd. Vergeet ook niet dat straks trams vanuit de remise/werkplaats Zernike wel zonder omwegen het eindpunt Kardinge moeten kunnen bereiken

    Voor Lijn 1 Hoofdstation-Zernike ligt al een aardig concreet ontwerp klaar. Ik zou zeggen, pas dat ontwerp tussen de maagedenbrug en het boterdiep aan op dit plan door de route via de bloemsingel om te leggen (zoals bij variant A&B in de pdf). Daarmee bespaar je ook enorm op de anders ingrijpende maatregelen aan de maagdenbrug en de turfsingel. Zie daarnaast vooral de kansen om de tram te integreren in de gebiedsontwikkeling aldaar in combinatie met een OV-knooppunt (met P&R-garage!).

    Zodoende kun je voor wat betreft de aanleg van de rest van het tramtrace Zernike – Hoofdstation bij het oude plan blijven (via de Grote Markt), zodat deze z.s.m. aangelegd kan worden. In een later stadium kan dan de route Hoofdstation-hoofdingang UMCG-Bloemsingel daaraan toegevoegd worden (gevolgd door de aanleg van de lijn naar Kardinge).

    Daarnaast zou ik willen voorstellen niet vast te willen houden aan twee vaste route’s voor twee lijnen. Je zou de trams vanuit Zernike/Kardinge juist om en om via Markt of langs het UMCG kunnen laten rijden. Dus bij een kwartierdienst heb je dan vanuit beide takken elk uur twee keer een directe verbinding met de markt=binnenstad en twee keer per uur met de hoofdingang van het UMCG.

  2. johan Says:

    Het idee om lijn 1 en 2 om te gooien heeft veel voordelen. Als de tram dan door de W.A.Scholtenstraat gaat i.pv. langs de Turfsingel is de dure aanpassing aan de Maagdenbrug niet nodig.
    Er lag onlangs een voorstel aan de raad om 6 woonschepen aan de Turfsingel aan te kopen. Met die aankoop kan dus beter gewacht worden totdat de definitieve keuze voor de koppelingsvariant is gemaakt.

  3. hooghoudt Says:

    Interessant artikel, bedankt!

    Ik ga dit eens goed laten bezinken, misschien is de koppelingsvariant inderdaad een goede optie.

Reacties zijn gesloten.