Toegankelijkheid: Lagevloertrams

by

Ingang van een lagevloertram

Zoals op de pagina ’Redenen voor de tram’ aangegeven is het in- en uitstapcomfort een belangrijk voordeel van moderne trams. Dit komt enerzijds doordat de tram aan de rails gebonden is en daardoor altijd dichtbij het tramperron stopt. Anderzijds heeft de lage vloer van moderne trams daarmee te maken. In oude trams moest men via een trappetje instappen. Nu is de vloer van de tram op dezelfde hoogte als het perron, waardoor de tram toegankelijker is voor onder andere rolstoelen, rollators en kinderwagens.

Hogevloertram in Darmstadt

Traditionele trams hadden een hoge vloer. Doordat via een trappetje ingestapt moest worden waren deze trams moeilijk toegankelijk voor rolstoelen en kinderwagens, maar ook voor mensen die slecht ter been zijn. Moderne bussen moeten nog steeds vaak via een trappetje betreden worden (denk aan de Q-Linerbussen). In bussen die wel een lage vloer hebben kan een stuk makkelijker ingestapt worden, rolstoelers kunnen echter nog steeds niet zelfstandig in de bus komen. Als er een “inrijplankje” aanwezig is kan de rolstoeler wel zelf de bus in rijden, maar de buschauffeur moet wel het plankje eerst uitschuiven. Bij lagevloertrams is er een vlakke overgang van het perron naar de tram, zonder groot gat er tussen.

Lagevloertrams bestaan al heel lang. Al in 1911 reden in New York lagevloertrams rond. Bij veel oude trams had echter maar een klein deel van de tram een lage vloer. Moderne lagevloertrams zijn er pas sinds 1990. Tegenwoordig wordt met ‘lagevloertram’ een tram bedoeld die over minimaal 70% van de lengte een vloer heeft die minder dan 35 centimeter hoog is. Dat de toegang tot de tram makkelijker is voor rolstoelen is niet alleen een voordeel voor de rolstoelers zelf. Doordat het betreden van de tram sneller gaat kan de tram sneller doorrijden bij een halte en wordt de dienstregeling betrouwbaarder.

Advertenties

Tags: , ,